Lopend licht

Vier jaar geleden verscheen de bundel “Vaderlatingen” van Mark van Tongele. Een vrij ongewone bundel, waarin de Vlaamse dichter spelenderwijs experimenteerde met traditionele metaforiek en moderne elementen. Eigentijdse en historische motieven werden verweven tot een vernieuwende verzameling gedichten, die desalniettemin veel raakvlakken vertoont met de poésie pure van Baudelaire.
De achterflap van “Lopend licht” – de nieuwste bundel van Mark Van Tongele – doet vermoeden dat zijn ‘toekomstgerichte’ manier van schrijven een vervolg heeft gekregen, maar een ieder die enigszins bekend is met zijn werk, merkt bij lezen al snel dat zijn poëzie anno 2001 zwaarder is, bedrukter, dan de ‘digitale poëzie’ van enkele jaren terug.

“Lopend licht” gaat net als “Vaderlatingen” over de dood. Of liever: over een bijna-doodervaring, want het is niet het sterven, maar het ontsnappen aan de dood dat een essentiële betekenis heeft in de bundel. In zijn openingscyclus “Eenzaam enzovoort” schrijft Van Tongele in het gedicht “Plasmapolka” dan ook uitdrukkelijk “de dood is van mij / alleen / van mij” om – zo lijkt het althans – aan te geven dat de dichter de dood onder controle heeft. Ook andere gedichten (met titels als “Zodra ik dood ben beleef me nog eenmaal” en “Ideeën over doodgaan”) verwijzen steeds naar het tarten van de dood, het overwinning ervan, naar het weerstaan van de tand des tijds. Eén van zijn laatste gedichten is hier een prima voorbeeld van:

IN DE MATE VAN BRUSSEL

Straat in straat uit. rara in de trillingen
van het toeterende toeval. blijgezwind
stoep op stoep af. zon in zon uit. in de wind
van door elkaar roezemoezende geuren
en kleuren. een licht deuntje neuriënd
lap ik chaos en co onder mijn schoen.
krioelende pleisterpleinen maak plaats,
o rinkelende winkels met jullie voiles,
aktetassen met spoilers, kakmadams,
bedelhanden ruim baan. kijk hoe edel
ik de gang van de dood kan weerstaan.

Bovenstaand gedicht laat zien dat Van Tongele zijn ‘poésie pure’-fase nog niet achter zich heeft gelaten. Zijn gedichten hebben iets weg van een luide dreun, wat het vermoeden bevestigt dat Van Tongele zijn werk nauw gerelateerd ziet aan housemuziek in navolging van Undergroundpoëten als Serge van Duijnhoven, zo nauw zelfs dat hij zijn werk waarschijnlijk beschouwt als een verzameling klanken. De gedichten lijken immers af en toe uitsluitend hun effect te danken aan de klank en het ritme. In deze digitale tijd is deze vorm van poëzie aan belangstelling groeiende en het past dan ook goed in de stromingen die veel aandacht besteden aan het experimentele:

DANS MET MIJ

Kijk me aan lijf me in
houd me in bedwang
kleur mijn lenzen zwart
schop me vernietig me
raak mijn kouwe kleren
ruk het pantser van
mijn lijf wees niet bang
voor mijn huid ruik mijn
zweet verlang naar me
kus me zonder lippen
geil lik mijn metalen
tong schoon haal de sleur
uit mijn gewrichten doe
mijn bloed sopraan vloeien
breng mij teweeg maak van
mij een god laat me glanzen

Maar helaas: niet zelden gaat de dreun verloren doordat de dichter zich te gedreven vastbijt in het thema van de ontsnapping aan de dood. De vernieuwing en de verrassende metaforen uit “Vaderlatingen” zijn op zo’n moment vervangen door een gekunstelde dramatiek, geforceerde beelden en een ogenschijnlijk amateuristische toon. Het slotgedicht bijvoorbeeld, kenmerkt zich door een strak rijmschema, dat een Sinterklaassurprise niet zou ontsieren, maar een dichtbundel verre van waardig is: “[…] een engel in galop / illusie na illusie verderop / de schijn zit in mijn brein / chagrijn is een woestijn […]”.
Er zit mooi werk tussen; werk dat thuishoort in een bloemlezing over de dood of over het leven. De bundel “Lopend licht” zal dan ook, voor wie Mark van Tongele niet kent, een aangename verzameling verzen zijn. Wie hem wel kent zal zijn schouders ophalen en beseffen dat Van Tongele in vier jaar geen steek verder is gekomen, sterker nog: zelfs een stapje achteruit is gegaan. “Lopend licht” staat vol met gekunstelde rijmelarijen en mist soms elk gevoel van sfeer of zoals hij zelf schrijft: “een weergaloos koor galmt een potpourri / van volksdeuntjes […]”.

Wie Van Tongele wel kent zal met weemoed terugdenken aan de poésie pure van Van Ostaijen, Mallarmé en Valéry. Dat ritme, die cadans…

Mark van Tongele – Lopend licht
Lannoo, 2001
ISBN 9020945890