Gedicht uit DWDD over Apeldoorn

Nico Dijkshoorn las bij DWDD dit gedicht voor mbt de idiote gebeurtenis in Apeldoorn:

APELDOORN

de dag
begon zo mooi
maxima en haar
hoedje
een platte zwarte kraai
in doodsangst
tegen de zijkant van
haar hoofd gevlogen
ja ik had er
zin in
het jaarlijks feestje voor
koekhappend nederland
de dag
begon zo mooi
met dat heerlijke
als suddervlees
belletje voor belletje
in de jus
voortkabbelende
deskundige commentaar
van de nieuwe maartje van wegen
ja
apeldoorn
maakt zo vroeg op de ochtend
veel in mij los
weer zie ik
het zwarte herfstblad
op de zijkant van
maxima’s hoofd
en denk
je bent huisdichter of niet
zij is een illustratie
bij het gedicht
the raven
van edgar allan poe
dat denk ik als
de zwarte dood
het beeld binnenraast
en ik zeg
in een opwelling
tot mijn schrik
kuifje
zo rijden auto’s
in de strip
kuifje
in kuifje
rijdt kuifje
afrikanen omver
die enkele ogenblikken later gelukkig
even aan het hoofd krabbelend
weer opstaan
ook nu ontsnapt
als in een stripverhaal
een agent op een fietsje
maar het bevrijdende moment
blijft nu uit
het wordt maar geen stripverhaal
en heel even voel ik
het moment
de opengesperde monden
de doodsangst
het niet willen begrijpen
het verlangen naar het
onmogelijke
dat de bestuurder zo uit zal stappen
zal zwaaien met zijn cowboyhoed
en dat de op straat liggende mensen
net als bij een rampenoefening
glimlachend op zullen staan
maar ze staan niet op
ik hoor het
aan het commentaar
het gaat over
lakens
in plaats van tobbedansen
het gaat over
explosieven
in plaats van
vuurwerk

een dag later
lees ik lamgeslagen
de volkskrant
die al in de tweede alinea
meldt
dat het om een autochtone dader gaat
gelukkig mensen
goed nieuws
hij is wit
en alles wijst er op
nog beter nieuws
hij was ook nog gek
de gebruikelijke
deskundigen griep
kruipt langzaam
onder mijn huid
ik lees de gesprekken met
de buren van de dader
hij hij was heel erg op zichzelf
hij maakte nooit eens contact
hij keek je op een bepaalde manier aan
hij betaalde keurig zijn huur
hij droeg zijn haar af en toe kort
kortom
iemand als ik
we lezen het wel
morgen
dat hij zijn schoenen liet verzolen
en dan heel
ongeduldig was
maar ik wil niets weten
van deze man
wil hem niet voor me zien
in een kroeg
lachend
ik wil maar
1 ding weten
hoe
gaat het
met het meisje
in de blauwe jurk
blauw
niet oranje
zoals mamma ‘s ochtends
had aangeraden
nee
blauw
wat zo mooi staat
bij haar rode haar
ik wil niet weten
wat zij dacht
ik wil niet weten
wat haar zusje dacht
ik
wil
weten
meisje
met je blauwe jurk
of je nog durft te leven
of je ooit nog
iets vrolijks aan durft te doen
ik zou zeggen
denk maar aan de koningin
die doet ook vaak iets
waar ze geen zin in heeft
je kunt haar
altijd bellen
want ze is heel lief
en ze zal je herkennen
ook met een ander jurkje aan
want zo is onze koningin
daar ben ik sinds gisteren
van overtuigd

Koninginnedag 2009

Ik vind het lastig te omschrijven, maar zoals bij velen is het gevoel dat ik heb bij Koninginnedag 2009 nogal dubbel.

Wat er in Apeldoorn is gebeurd, is verschrikkelijk. Eén idioot die een land op z’n kop kan zetten en een handvol mensen de dood in jaagt, alleen maar omdat hij zelf zo’n onbeduidend kutleven had. Denk ik dan.

Onze jaarlijkse tocht door Amsterdam aan de andere kant was weer als vanouds: lekker gezellig. Geen gedoe: oranje shirt aan, bier in de ene hand en een broodje beenham in de andere.
Op het water was het – ondanks het plaatselijk verbod op lange sloepen – bijzonder druk, in tegenstelling tot de wal. Waarschijnlijk had dat alles te maken met het Apeldoorn-drama, maar het heeft onze pret in ieder geval (aanvankelijk) niet gedrukt.

Ik zal 4 mei extra stil staan bij de Apeldoorn-slachtoffers. Maar ik verheug me ook weer op Koninginnedag 2010!

Koninginnedag 2009

Koninginnedag 2008

Sinds gisteren is Hennie volledig hersteld van de feestelijkheden rondom Koninginnedag 2008. De zwarte stukjes in het dubieus uitziende broodje beenham waren de vooraankondiging van een aantal bijzonder onsmakelijke dagen. De naweeën van de drank en een opspelende maag hadden grappig kunnen zijn, als het niet zo lang duurde. Ik bedoel, als ik gehaktballen maak, verwacht ik dat mensen die gewoon opeten, verteren en op den duur uitpoepen. Iedere andere aanpak van dit concept vind ik niet bijzonder prettig.

Enfin, Hennie is er weer bovenop, dus laat ik uit de doeken doen wat wij op KDag 2008 hebben gedaan.
We, dat zijn in eerste instantie Hennie, Wimp en ik. Later is daar Janita aan toegevoegd, en af en toe een willekeurige passant, meestal in bedenkelijke toestand.

De aftrap was om 11.00u in Schar. Oranjebitter op de vroege ochtend na een schamel ontbijt: beter kan een dag niet beginnen. Een Canadeze dame, die bij ons zat, kon het niet echt begrijpen, dus demonstreerden we onze stoere afkomst door ook nog eens drie bier te bestellen. Dat zal ze leren, die Canadezen.

Via het Centraal Station en de Haarlemmerdijk (eerste Corona!) kwamen we in de Westerstraat; zoals ieder jaar begon de eerste stadsetappe vanaf het pleintje bij café De Schreeuwende Paling, of hoe die tent ook heet. Elk jaar staat dit café garant voor een enorme gevelversiering, geïnspireerd door het Koningshuis. Dit jaar was de veelzeggende tekst: “Toe Dan Ga Mam” met Moeder Bea als Farao Toetanchamon en W.A. als ongeduldige troonopvolger.

We hadden gehoopt Hazes door de speakers te horen, maar op het podium stond een Frank Sinatra-kloon. Dezelfde die er elk jaar staat. Met dezelfde liedjes.
Dan maar bier drinken.

Helma zou ons hier opzoeken, maar die was haar kind kwijt. Wel Flip even gesproken en per telefoon Janita de goede kant opgeloodst.

Toen we de zanger zat waren (zin hadden in een broodje beenham) gingen we richting centrum. Bij het eerste de beste kraampje kochten we een broodje beenham. Hierboven heb ik al beschreven hoe dat er uitzag… Hij was wel lekker.
Bier gedronken.

Normaal gesproken gaan we dan richting het Max Euweplein, maar Wimp had het goede idee dat we maar eens naar het Rembrandtplein moesten, vooral omdat overal werd aangegeven dat datzelfde Rembrandtplein vol was en dat het werd afgeraden die kant op te gaan. Tja…
Dolf/Dries en aanhang tegengekomen, twee vechtpartijen ontlopen en op het plein aangekomen toch maar weer Corona gedronken.

En dan gebeurt het. Net als ieder jaar: ineens is iedereen het collectief zat. Tijd om te gaan? vraagt iemand. Ja, inderdaad, zegt de rest: tijd om te gaan!

Gevieren teruggelopen naar Schar. Onderweg had Wimp nog een ‘close encounter’ met een oude bekende (tevens jonge doos), maar uiteindelijk strompelden we uitgeput Schar binnen. Tijd voor een biertje!

Hoelang we daar gezeten hebben weet ik niet. Ik weet wel dat Hennie Joey nog heeft opgehaald en dat ik aan een muts verteld heb dat ik meer verstand van honden heb dan zij. Dus!
In het damestoilet begon voor Hennie op dat moment een nachtmerrie van 3 dagen… Zielig hoor, zo’n hoopje dronken vrouw.

Ik kan niet wachten op volgend jaar! 😀