Tomas Ross: De Klokkenluider

Vandaag ben ik eindelijk toegekomen aan dat kleine boekje van Tomas Ross (ps. van W. P. Hogendoorn, 1944), “De klokkenluider”. Het werd tijdens de Maand van het Spannende Boek juni j.l. cadeau gedaan als je voor enige euri boeken aanschafte.
Geen onaardig cadeau. In ieder geval beter leesvoer dan dat vervloekte “Gala” van Ronald Giphart, dat ons tijdens de Boekenweek in de strot werd geduwd. Misschien komt het omdat een spannend boek volgens Nederlandse traditie altijd iets lichtvoetigs heeft en vaker vele malen toegankelijker is dan de zwaar calvinistische werken die door de dames en heren literatoren worden verspreid. Het publiek voor detectives en andere vergelijkbare plotboeken is groter dan dat van de literaire roman. Ik noem alleen al een Baantjer, Appel, Ferdinandusse, de Vlaming Dekoning of – in wat groter perspectief – Steven Bochco (de bedenker van Hill Street Blues, NYPD Blue en LA Law) en Stephen King. Vooral Appel en King laten zien dat een spannend boek niet per definitie simpel hoeft te zijn. Belangrijk is dat het de lezer tot de laatste pagina geboeid houdt.

Aan dat laatste ontbreekt het “De klokkenluider” een beetje. Het draait in het boek om het overlijden van de jonge, charismatische Wouter Burger (die wat wegheeft van Wouter Bos), de gedoodverfde kroonprins van de PvdA en voorzitter van een commissie die onderzoek doet naar het handelen van de BVD, de voormalige AIVD. Het onderzoeksgebied van de commissie kent vele aspecten, waaronder de handel en wandel van Edwin de Roy van Zuydewijn, de beveiliging van Pim Fortuyn (waarover Ross ook al schreef in “De zesde mei” ) en de aanslag op het huis van Kosto en het ministerie van Binnenlandse Zaken door de actiegroep RaRa.
Al gauw vermoeden Marion, de zwangere vrouw van Burger, en haar vriendin Chantal dat het geen ongeluk geweest is. Ze gaan getweeën op onderzoek uit en ontdekken het ene schokkende feit na het andere. Door hun onderzoek raken ze meer en meer verstrengeld in een net van intriges waarin hooggeplaatste functionarissen een dubieuze rol spelen.

De lezer hoeft niet tot het eind te wachten om te kunnen vermoeden wat er is gebeurd. Dat is een zwak punt van het dunne werkje. Toch lees je door, niet alleen om zekerheid te krijgen over al de vermoedens, maar ook omdat Ross de kunst verstaat om de werkelijkheid (Nederland anno 2003) te verweven met fictie. Hij plaatst het verhaal op een uiterst geloofwaardige manier binnen de meest recente geschiedenis en weet (fictieve?) linken te leggen tussen spraakmakende gebeurtenissen. Niet heel spannend, maar wel boeiend. Al met al een aardige cadeautje, al vermoed ik dat velen het na het lezen snel weer zullen vergeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *