Oeverloos geouwehoer

cover_hb_moedertheresaAls Herman Brusselmans een boek schrijft met de titel De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa is het enigszins verspilde moeite om vooraf te verzinnen waar het boek over zal gaan. Waar het in ieder geval niet over zal gaan zijn die dollartekens in de ogen van Moeder Theresa en het is waarschijnlijk ook geen verhandeling over woekerpraktijken van en strijkstokken in de mondiale hulpverlening in het algemeen en Moeder Theresa in het bijzonder. Conclusies trekken uit de tekst op de achterflap biedt in veel gevallen ook geen uitkomst, omdat Brusselmans deze teksten meestal zelf schrijft en hij nogal eens een loopje neemt met zijn lezerspubliek.

Het boek, of eigenlijk novelle, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa (hierna genaamd ‘het boek’) was de afgelopen weken mijn wc-boek. Voor wie onbekend is met deze term: het wc-boek is het boek waarvan ik, iedere keer als ik langere tijd het kleine kamertje moet bezoeken, minimaal één hoofdstuk moet lezen. Of als het een verhalenbundel is, een verhaal. Momenteel is mijn wc-boek De geur van stof, een verhalenbundel over Afghanistan van de Rus Oleg Jermakov – van een iets ander kaliber dan ongeacht welk boek van Brusselmans en niet gekozen vanwege de toepasselijke titel.

Maar terug naar het boek van onze vrolijke Belg. Het boek is een (semi-autobiografische) vertelling over de eerste stappen in de muziekwereld van de 15-jarige Herman. In eerste instantie wil hij gitaar leren spelen, maar de gitaar wordt al snel ingeruild voor het drumstel. Samen met drie vrienden richt hij de band The Hidden Creators of the Sleepy Daydreams op en Herman schrijft wat ‘Engelse’ teksten rijk met weinigzeggende strofen als “Tjoelala Tjoelala” en “Oh oh oh oh oh oh / Ah ah uh uh ah ah”. Twee achtergrondzangeressen completeren de band en wonder boven wonder krijgen ze opnametijd in een studio. Maar voordat ze voor het eerst optreden verlaten de zangeressen de band. De zanger – een Marokkaanse jongen – wordt bedreigd tijdens het eerste concert en stapt ook op. De overgebleven jongens besluiten een instrumentale band te vormen en veranderen van bandnaam. Dezelfde dag besluiten ze alsnog hun instrumenten in de kast te stoppen. Einde boek.

Herman Brusselmans verstaat de kunst om 19 hoofdstukken vol te schrijven met oeverloos geouwehoer. En het knappe is dat het geen moment verveelt. Hoe kleine Herman met een drumstel naar huis rijdt… maar wacht. Een fragment van dat fragment zal ik even citeren:

Gelukkig was de chauffeur een zwijgzaam type. Hij zei alleen dingen als ‘Uit de weg, klootzak’, ‘Kijk toch uit, stomme aap’ en ‘Zo meteen rijd ik je van de baan, rotwijf’, waaraan hij toevoegde: ‘Het einde van de beschaving kwam in zicht toen vrouwen met de auto begonnen te rijden.’ Had die man gelijk? Ik brak me er verder het hoofd niet over. Als vrouwen met de auto willen rijden moeten ze dat doen. Ze kunnen het trouwens veel beter dan mannen. Dus nee, die man had geen gelijk. Die man was een lul eerste klas en ik keek door het raampje naar wat er buiten zoal te zien was. Daar had je de befaamde windmolen van molenaar Piet. Lang voor zijn overlijden maalde hij er graan mee. […]

Daarna volgt een hele verhandeling over de vrouw van de molenaar die ‘een groot gezwel in haar intieme opening’ had, over haar dokter die naar een concert moest van The Neuts, waar zijn buurman de bas bij speelde en over Mythen en Sagen uit Sint-Niklaas, waarin verteld wordt over een man die rookkringetjes kon draaien uit z’n rechterwijsvinger. Om je een beeld te geven van het niveau.

En ik vind ze heerlijk, die boeken van Brusselmans. Al die onzin, al dat slappe gelul – ik hou er wel van. Vooral als er tussendoor rake dingen worden geschreven, en dat gebeurt! Niet zo vaak, maar toch. Brusselmans laat keer op keer zien dat je ook met gewone woorden een goed boek kunt schrijven. Geen intelligent of aangrijpend of tijdloos of blabla-boek; laat dat vooral niet aan Brusselmans over. Brusselmans is niet van de inhoud, maar vooral van het verhaal. Of zoals hij zo mooi schrijft: “Tjoelala Tjoelala”!

—–
Herman Brusselmans, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa
Prometheus, 2007
star_3

2 thoughts on “Oeverloos geouwehoer”

Laat een reactie achter op Pieter Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *