Dan Brown – Het verloren symbool

Ik ben er weer ingetrapt! Opnieuw heb ik een boek van Dan Brown gelezen. En ook dit keer had ik de hoop dat het verhaal dit keer wel een bevredigend einde zou hebben. Zo langzamerhand krijg ik het idee dat Dan Brown het met opzet doet, dat hij er een kick van krijgt om lezers een spannend en intrigerend verhaal voor te schotelen om het vervolgens met een sisser te laten aflopen.

Het boek heet dit keer “Het verloren symbool”. Maar dat symbool blijkt helemaal niet verloren! Tsss, wie had dat nou gedacht? Dat het niet verloren is, wordt trouwens al in de eerste paar hoofdstukken duidelijk, zodat de lezer voor de vraag wordt gesteld: “waar gaat het boek dan WEL over?”.

Waar het boek wel over gaat is voor de doorgewinterde Brown-lezer geen nieuws: Robert Langdon, de suffe professor in geheimzinnige dingen en aanverwante zaken, raakt verwikkeld in een mysterieus mysterie vol symbolische symboliek, die alles te maken heeft met vrijmetselaars, Nieuwe Wereldorde, de Bijbel en diverse net-iets-te bekende kunstwerken en cultuur-historische figuren. Natuurlijk bijgestaan door een vrouw. En uiteraard ontloopt hij diverse autoriteiten alsof hij 007 himself is. Bijzonder is dat het dit keer niet in Europa afspeelt, maar in Washington D.C. Ook daar schijnen genoeg historische fabels te zijn die je in een boek kunt misbruiken.

De kracht van Brown zit hem in de aanloop naar het einde – die begint heel traag en maakt de lezer nieuwsgierig naar de oplossing van het mysterie. Brown houdt de lezer vast door steeds wat meer informatie vrij te geven, steeds meer en meer… Om vervolgens in een ongekend tempo ontzettend veel onzinnige en nutteloze feiten over de lezer heen te storten dat het uiteindelijke einde als een verstikkende, voorspelbare anti-climax uit de pagina’s scheurt. En dan sla ik mezelf voor m’n kop: ik ben er weer ingetrapt. Die Brown doet een kunstje, een invuloefening met altijd dezelfde elementen. Het verloren symbool is niets meer dan een kopie van de Da Vinci Code, maar dan met andere plaatsnamen en een ander meisje. En de Da Vince Code is weer een opgeleukte kopie van het Bernini Mysterie. Uiteindelijk zal alles wel een kopie zijn van een kort verhaaltje dat Dan Brown ooit voor de schoolkrant schreef, maar dat op de valreep werd afgekeurd omdat het einde zo voorspelbaar was.

Oeverloos geouwehoer

cover_hb_moedertheresaAls Herman Brusselmans een boek schrijft met de titel De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa is het enigszins verspilde moeite om vooraf te verzinnen waar het boek over zal gaan. Waar het in ieder geval niet over zal gaan zijn die dollartekens in de ogen van Moeder Theresa en het is waarschijnlijk ook geen verhandeling over woekerpraktijken van en strijkstokken in de mondiale hulpverlening in het algemeen en Moeder Theresa in het bijzonder. Conclusies trekken uit de tekst op de achterflap biedt in veel gevallen ook geen uitkomst, omdat Brusselmans deze teksten meestal zelf schrijft en hij nogal eens een loopje neemt met zijn lezerspubliek.

Het boek, of eigenlijk novelle, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa (hierna genaamd ‘het boek’) was de afgelopen weken mijn wc-boek. Voor wie onbekend is met deze term: het wc-boek is het boek waarvan ik, iedere keer als ik langere tijd het kleine kamertje moet bezoeken, minimaal één hoofdstuk moet lezen. Of als het een verhalenbundel is, een verhaal. Momenteel is mijn wc-boek De geur van stof, een verhalenbundel over Afghanistan van de Rus Oleg Jermakov – van een iets ander kaliber dan ongeacht welk boek van Brusselmans en niet gekozen vanwege de toepasselijke titel.

Maar terug naar het boek van onze vrolijke Belg. Het boek is een (semi-autobiografische) vertelling over de eerste stappen in de muziekwereld van de 15-jarige Herman. In eerste instantie wil hij gitaar leren spelen, maar de gitaar wordt al snel ingeruild voor het drumstel. Samen met drie vrienden richt hij de band The Hidden Creators of the Sleepy Daydreams op en Herman schrijft wat ‘Engelse’ teksten rijk met weinigzeggende strofen als “Tjoelala Tjoelala” en “Oh oh oh oh oh oh / Ah ah uh uh ah ah”. Twee achtergrondzangeressen completeren de band en wonder boven wonder krijgen ze opnametijd in een studio. Maar voordat ze voor het eerst optreden verlaten de zangeressen de band. De zanger – een Marokkaanse jongen – wordt bedreigd tijdens het eerste concert en stapt ook op. De overgebleven jongens besluiten een instrumentale band te vormen en veranderen van bandnaam. Dezelfde dag besluiten ze alsnog hun instrumenten in de kast te stoppen. Einde boek.

Herman Brusselmans verstaat de kunst om 19 hoofdstukken vol te schrijven met oeverloos geouwehoer. En het knappe is dat het geen moment verveelt. Hoe kleine Herman met een drumstel naar huis rijdt… maar wacht. Een fragment van dat fragment zal ik even citeren:

Gelukkig was de chauffeur een zwijgzaam type. Hij zei alleen dingen als ‘Uit de weg, klootzak’, ‘Kijk toch uit, stomme aap’ en ‘Zo meteen rijd ik je van de baan, rotwijf’, waaraan hij toevoegde: ‘Het einde van de beschaving kwam in zicht toen vrouwen met de auto begonnen te rijden.’ Had die man gelijk? Ik brak me er verder het hoofd niet over. Als vrouwen met de auto willen rijden moeten ze dat doen. Ze kunnen het trouwens veel beter dan mannen. Dus nee, die man had geen gelijk. Die man was een lul eerste klas en ik keek door het raampje naar wat er buiten zoal te zien was. Daar had je de befaamde windmolen van molenaar Piet. Lang voor zijn overlijden maalde hij er graan mee. […]

Daarna volgt een hele verhandeling over de vrouw van de molenaar die ‘een groot gezwel in haar intieme opening’ had, over haar dokter die naar een concert moest van The Neuts, waar zijn buurman de bas bij speelde en over Mythen en Sagen uit Sint-Niklaas, waarin verteld wordt over een man die rookkringetjes kon draaien uit z’n rechterwijsvinger. Om je een beeld te geven van het niveau.

En ik vind ze heerlijk, die boeken van Brusselmans. Al die onzin, al dat slappe gelul – ik hou er wel van. Vooral als er tussendoor rake dingen worden geschreven, en dat gebeurt! Niet zo vaak, maar toch. Brusselmans laat keer op keer zien dat je ook met gewone woorden een goed boek kunt schrijven. Geen intelligent of aangrijpend of tijdloos of blabla-boek; laat dat vooral niet aan Brusselmans over. Brusselmans is niet van de inhoud, maar vooral van het verhaal. Of zoals hij zo mooi schrijft: “Tjoelala Tjoelala”!

—–
Herman Brusselmans, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa
Prometheus, 2007
star_3

Koninginnedag 2009

Ik vind het lastig te omschrijven, maar zoals bij velen is het gevoel dat ik heb bij Koninginnedag 2009 nogal dubbel.

Wat er in Apeldoorn is gebeurd, is verschrikkelijk. Eén idioot die een land op z’n kop kan zetten en een handvol mensen de dood in jaagt, alleen maar omdat hij zelf zo’n onbeduidend kutleven had. Denk ik dan.

Onze jaarlijkse tocht door Amsterdam aan de andere kant was weer als vanouds: lekker gezellig. Geen gedoe: oranje shirt aan, bier in de ene hand en een broodje beenham in de andere.
Op het water was het – ondanks het plaatselijk verbod op lange sloepen – bijzonder druk, in tegenstelling tot de wal. Waarschijnlijk had dat alles te maken met het Apeldoorn-drama, maar het heeft onze pret in ieder geval (aanvankelijk) niet gedrukt.

Ik zal 4 mei extra stil staan bij de Apeldoorn-slachtoffers. Maar ik verheug me ook weer op Koninginnedag 2010!

Koninginnedag 2009

Hazes sing-a-long

– “Doe jij de eerste of de tweede stem?”
– “Allebei. En jij?”

(fragment uit een gesprek tussen twee volwassen kerels op de eerste ring van de Arena. Maandag 26 mei 2008 – Droomland.)

Zet 20 mensen in een willekeurig Amsterdams café, serveer wat drankjes en zet een cd van Hazes op. Wedden dat er binnen de kortste keren luidkeels wordt meegezongen, zelfs door de mensen die nooit zullen toegeven dat ze de liedjes van Hazes (zo goed als) uit het hoofd kennen?
De sfeer die ontstaat tijdens dergelijke avonden werd afgelopen maandag 10-voudig versterkt in de Arena. Ik heb het natuurlijk over het veelbesproken concert “Samen met Dre” – diverse bekende en minder bekende artiesten, waaronder de kinderen van Hazes, Lee Towers, Frans Bauer, Xander de B., Peter Beense, Johnny Vegas (wie kent hem niet!), Trijntje, Karin Bloemen en vele anderen, zingen enkele nummers van Hazes. Hazes zelf vult vanaf band af en toe ook nog wat zangregels in.

Wat vooral bepalend is voor het slagen van een evenement als “Samen met Dre” is het gezelschap. Niet het gezelschap op het podium, maar de mensen met wie je het bezoekt.
Ik speelde, net als zaterdag, d’Artagnan in het gezelschap van de drie Musketiers en gesterkt door de leuze “Eén voor allen, allen voor één” gingen we onverschrokken de strijd om wie het hardste zingt aan met het ‘gehele’ stadion. Als we die strijd niet gewonnen hebben, dan zaten we zeker niet ver van de overwinning af.

Het was een meer dan geslaagde avond. André is dood, Raggel strijkt de centjes op, maar wat belangrijk is, is dat Dré verbroedert. Zijn muziek verwarmt de mensen, versterkt vriendschappen en laat je al je zorgen vergeten. Een soort drank als het ware…

De foto’s:

Toppers in Concert 2008

Afgelopen zaterdag.
Er is een heel epistel te schrijven over het bezoek aan de Toppers in Concert afgelopen zaterdag. Over de “gemiddelde Nederlander”, over stemrecht, over pasfoto’s die je aanstaren vanaf het gras, over de tweede ring en het bijbehorende vergezicht, over niet al te beste muziek en erg goede muziek, over de invloeden van drank op het gezichtsvermogen, over vaute kafees, over 4 bier á 44 gulden, over samen-uit-samen-thuis, over paarse hoeden en gouden boa’s, over van alles en nog wat, maar voor nu laat ik even de foto’s het verhaal vertellen.

Koninginnedag 2008

Sinds gisteren is Hennie volledig hersteld van de feestelijkheden rondom Koninginnedag 2008. De zwarte stukjes in het dubieus uitziende broodje beenham waren de vooraankondiging van een aantal bijzonder onsmakelijke dagen. De naweeën van de drank en een opspelende maag hadden grappig kunnen zijn, als het niet zo lang duurde. Ik bedoel, als ik gehaktballen maak, verwacht ik dat mensen die gewoon opeten, verteren en op den duur uitpoepen. Iedere andere aanpak van dit concept vind ik niet bijzonder prettig.

Enfin, Hennie is er weer bovenop, dus laat ik uit de doeken doen wat wij op KDag 2008 hebben gedaan.
We, dat zijn in eerste instantie Hennie, Wimp en ik. Later is daar Janita aan toegevoegd, en af en toe een willekeurige passant, meestal in bedenkelijke toestand.

De aftrap was om 11.00u in Schar. Oranjebitter op de vroege ochtend na een schamel ontbijt: beter kan een dag niet beginnen. Een Canadeze dame, die bij ons zat, kon het niet echt begrijpen, dus demonstreerden we onze stoere afkomst door ook nog eens drie bier te bestellen. Dat zal ze leren, die Canadezen.

Via het Centraal Station en de Haarlemmerdijk (eerste Corona!) kwamen we in de Westerstraat; zoals ieder jaar begon de eerste stadsetappe vanaf het pleintje bij café De Schreeuwende Paling, of hoe die tent ook heet. Elk jaar staat dit café garant voor een enorme gevelversiering, geïnspireerd door het Koningshuis. Dit jaar was de veelzeggende tekst: “Toe Dan Ga Mam” met Moeder Bea als Farao Toetanchamon en W.A. als ongeduldige troonopvolger.

We hadden gehoopt Hazes door de speakers te horen, maar op het podium stond een Frank Sinatra-kloon. Dezelfde die er elk jaar staat. Met dezelfde liedjes.
Dan maar bier drinken.

Helma zou ons hier opzoeken, maar die was haar kind kwijt. Wel Flip even gesproken en per telefoon Janita de goede kant opgeloodst.

Toen we de zanger zat waren (zin hadden in een broodje beenham) gingen we richting centrum. Bij het eerste de beste kraampje kochten we een broodje beenham. Hierboven heb ik al beschreven hoe dat er uitzag… Hij was wel lekker.
Bier gedronken.

Normaal gesproken gaan we dan richting het Max Euweplein, maar Wimp had het goede idee dat we maar eens naar het Rembrandtplein moesten, vooral omdat overal werd aangegeven dat datzelfde Rembrandtplein vol was en dat het werd afgeraden die kant op te gaan. Tja…
Dolf/Dries en aanhang tegengekomen, twee vechtpartijen ontlopen en op het plein aangekomen toch maar weer Corona gedronken.

En dan gebeurt het. Net als ieder jaar: ineens is iedereen het collectief zat. Tijd om te gaan? vraagt iemand. Ja, inderdaad, zegt de rest: tijd om te gaan!

Gevieren teruggelopen naar Schar. Onderweg had Wimp nog een ‘close encounter’ met een oude bekende (tevens jonge doos), maar uiteindelijk strompelden we uitgeput Schar binnen. Tijd voor een biertje!

Hoelang we daar gezeten hebben weet ik niet. Ik weet wel dat Hennie Joey nog heeft opgehaald en dat ik aan een muts verteld heb dat ik meer verstand van honden heb dan zij. Dus!
In het damestoilet begon voor Hennie op dat moment een nachtmerrie van 3 dagen… Zielig hoor, zo’n hoopje dronken vrouw.

Ik kan niet wachten op volgend jaar! 😀

King’s Ransom

Het verhaal van King’s Ransom (Jeff Byrd, 2005) is wel aardig gevonden: een rijke zakenman (Malcolm King gespeeld door Anthony ‘Romeo must die’ Anderson) wil zichzelf ontvoeren om ervoor te zorgen dat zijn vrouw bij de scheiding minder geld krijgt. Zijn vrouw wil hem laten ontvoeren om het maximale uit de scheiding te krijgen. Zijn voormalige assistente (Nicole Parker) wil het om wraak te nemen op een misgelopen promotie. En de nitwit Corey (Jay Mohr) wil het tenslotte om zijn halfzus 10.000 dollar te bezorgen.
Goede ingrediënten voor een dwaze komedie vol verwarring en misverstanden. Helaas heeft regisseur Jeff Byrd een kans laten liggen. De film is namelijk ‘wel aardig’ wat het zelfde wil zeggen als: had je niet beter iets nuttigs kunnen doen?

Mijn advies: ga deze film niet in de bioscoop bekijken, maar wacht tot hij uit is op dvd. En dan, alleen dan, als je op een avond niets bijzonders hebt gepland en je wilt wat vertier en afleiding, huur dan deze film. Maar alleen als er niets beters te huur is. 

Gijs Wanders gaat weer schrijven

Het boek Gedwongen verzet verscheen alweer tien jaar geleden en was de laatste van de vier jeugdromans die Gijs Wanders in een periode van een jaar of acht schreef. Het werd voorafgegaan door Vogelvrije vrienden (1987), Spoorloos verdwenen (1989) en Stille getuigen (1992), boeken die mede zijn gebaseerd op wat hij zelf als journalist in Afrika en Latijns-Amerika had meegemaakt. “Zonder een docerende toon aan te slaan, voegt hij aan zijn boodschap een breed scala aan beeldende informatie toe over de dagelijkse levensomstandigheden van de bevolking,” oordeelde de Leeuwarder Courant over Gedwongen verzet.

Wanders heeft aangekondigd dat hij zich na tien jaar weer wil gaan richten op het schrijven. Daarom stopt hij op 1 september met het presenteren van het NOS Journaal. Hij begon 25 jaar geleden bij de radio als eindredacteur van Met het oog op morgen en presenteerde later het televisieprogramma Panoramiek. In 1989 begon hij bij het Journaal. Onlangs heeft hij het schrijven herontdekt toen hij in Honduras samenwerkte met kunstenaars van verschillende disciplines, met fotografen, schilders en musici. Het resultaat verschijnt volgende maand onder meer in een boek. “Of ik het nieuws ga missen? Ik hoop dat ik daar geen tijd voor heb. Maar wie weet. Misschien kruisen ook journalistieke activiteiten mijn pad. Ik ga voor mijzelf beginnen. Dat is mijn nieuwe uitdaging. En de fascinatie voor het ongewisse is mijn inspirator.”

Hoofdredacteur Hans Laroes van het Journaal betreurt het vertrek van Wanders, maar begrijpt dat de presentator toe is aan iets anders. Wie hem gaat opvolgen, is nog niet bekend.

W.F. Hermans

De site is alweer een tijdje in de lucht, maar vandaag heb ik pas de site www.willemfrederikhermans.nl bezocht.
Ik moet zeggen dat de Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren een fraai staaltje werk heeft geleverd. Met een overzicht van primaire teksten, secundaire teksten en meer interessante zaken. Het Willem Frederik Hermans instituut wil het centrum zijn voor de bestudering van de literaire nalatenschap van Willem Frederik Hermans, zoals vergelijkbare instellingen in het buitenland dit op hun terrein doen. Het instituut stelt zich ten doel om onder andere door middel van de onderhavige WFHi site de kennis van het oeuvre en de persoon van Willem Frederik Hermans te bevorderen.
Een bezoekje waard.